Geschiedenis

OPRICHTING, BENAMING, STRUCTUUR

We schrijven: 1953.

Hamont-Lo, deelgemeente van het nog niet met Achel gefusioneerde Hamont, telt op dat moment minder dan duizend inwoners. Wie interesse heeft in de muziek en zich geroepen voelt om bij een muzikale vereniging aan te sluiten, wordt lid van de in 1861 opgerichte Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia Hamont. Wie ook over de grens gaat kijken, sluit aan bij Eendracht Maakt Macht Budel of Harmonie Sint-Antonius Budel Schoot.

In de eigen deelgemeente Hamont-Lo leeft bij meester Guillaume Gielen (Josephus Wilhelmus Joannes Gielen, 01913), school hoofd van de plaatselijke lagere school, het idee om op het Lo een eigen fanfare op te richten. In mei 1953 legt hij daarvoor de eerste contacten met de geestelijke en gemeentelijke overheid die hem aanvankelijk hun steun toezeggen.

Hierdoor gesteund weet meester Gielen enkele inwoners vn het Lo die spelend lid zijn bij de fanfares van Hamont of Budel, o.a. Raymond Herteleer (1923-2000), Driekske (Hendrikus) de Werdt (1918-1995) en Thieu (Wilhelmus Mathieu) Hendriks (1907-1994), voor zijn plan te winnen. Zij stellen een lijst samen van 27 deelnemende leden die de nieuwe vereniging zouden vormen.

Het plan mag niet rekenen op het enthousiasme van de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia Hamont, hierin bijgetreden door het college van burgemeester en schepenen. Op 22 juni 1953 besluit het college niet in te gaan op de vraag om toelage voor de oprichting van een muziekschool enerzijds en een fanfare anderzijds. Het college dringt daarentegen aan op samenwerking met en als afzonderlijke onderafdeling van de Harmonie Sint-Cecilia Hamont. Op 3 juli 1953, tijdens een overlegvergadering tussen de mogelijke oprichters van de nieuwe fanfare, de gemeente en het bestuur van de harmonie stelt de harmonie dat de op het Lo ingezamelde bijdragen aan de harmonie toebehoren en dat de spelende leden van de toekomstige fanfare onder de hoede van de harmonie begeleid moeten worden. De pioniers van het Lo besluiten evenwel hun eigen weg te gaan.

Meester Gielen weet uiteindelijk met een nipte meerderheid (6 stemmen tegen 5) een gemeentelijke subsidie gestemd te krijgen. Dit startbedrag moet de oprichting van de fanfare mogelijk maken. De notulen van de gemeenteraad (8 augustus 1953) laten duidelijk aanvoelen hoe moeilijk de bespreking en stemming destijds verliep:

Gezien de aanvraag van het Loo, teneinde van het gemeentebestuur een subsidie te ontvangen van 25.000 fr. voor het oprichten van een fanfare en muziekschool op het gehucht Loo, ter opluistering van de plaatselijke feestelijkheden van het Loo en ter ontwikkeling van de muziek; Gelet op het onderzoek van het Schepencollege ter bevordering van een compromis tussen de twee besturen der muziekmaatschappijen teneinde te bewerken dat de fanfare 5lechts een onderdeel zou uitmaken der Kon. Harmonie, die zelfstandig zouden mogen optreden en dat gezegd onderzoek heeft uitgewezen dat deze oplossing praktisch niet mogelijk is; Na voorlegging der aanvraag geeft de Burgemeester als zijn mening te kennen, dat het vanwege de gemeente voorbarig ¡s, toelage te geven aan een maatschappij die nog geen vaste vormen heeft aangenomen, noch reeds iets gepresteerd heeft en dat het dien ten gevolge voorkomt dat de gemeente de oprichter is der fanfare, gezien geen ander bronnen van inkomsten worden aangehaald; Vervolgens wordt overgegaan tot een geheime stemming van 10 Het geven van toelage van 4.000 fr. aan de nieuwe muziekschool van het Loo, op voorwaarde dat 15 leerlingen deze cursus volgen wordt een pang goedgekeurd.2° Toelage aan de fanfare, er wordt eerst ge5temd over het princiep hetgeen bij geheime stemming een meerderheid behaalde van 6 stemmen tegen 3 met 1 onthouding; 2° stemming betreft het jaar der eerste toelage nml. 1953 of 1954 het geen voor 1953 zes stemmen oplevert, drie stemmen voor 1954 en één onthouding. Betreffende het bedrag der toelage worden twee voorstellen naar voor gebracht, één van 10.000 fr. en één van 16.000 fr. De toelage van 10.000 fr. is bij geheime stemming aangenomen met 5 stemmen, vier stemmen voor 16.000 fr. en één onthouding.

Meester Gielen roept op 16 augustus 1953 aIle gezinnen van Hamont-Lo samen op een eerste vergadering waarop tot de stichting van een nieuwe fanfare overgegaan wordt. Als naam wordt aan ‘Vrij en Blij’ gedacht maar kort na de oprichting krijgt de nieuwe vereniging haar definitieve naam: Fanfare De Eendracht (de toevoeging Hamont-Lo dateert van 1994). De fanfare neemt bij de oprichting de vorm van een feitelijke vereniging aan.

In 1963 wordt op initiatief van voorzitter Harrie (Henricus) Schonkeren (1918-1998) de meisjesdrumband opgericht.

Op 13 september 1973 — de vereniging viert in dat jaar haar twintigjarig bestaan — wordt de fanfare een officiële vereniging zonder winstgevend doel. De statuten van de vzw worden op die dag in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

Artikel 2 van de statuten omschrijft de doelstelling van de vereniging: ‘De vereniging heeft als doel in de gemeente en voorname lijk in de parochie een fanfare ¡n stand te houden tot het opluisteren van kerkelijke en burgerlijke plechtigheden.’

In 1994 (Belgisch Staatsblad van 21juni1994) worden ze grondig gemoderniseerd. Ook het doel wordt geactualiseerd en verruimd: ‘De vereniging heeft tot doel een fanfare in stand te houden tot het opluisteren van kerkelijke en burgerlijke plechtigheden, voornamelijk in de gemeente en in de parochie. Bovendien kan ze wandelconcerten uitvoeren en deelnemen aan concerten, wedstrijden, festivals en andere manifestaties, al dan niet in eigen Organisatie.’

Sedert hun ontstaan maken fanfare en meisjesdrumband er een erezaak van om geregeld naar buiten te treden: de intocht van Sint-Nicolaas, de optochten van prins carnaval en carnavalstoeten te Hamont, Neerpelt en Budel-Schoot, huwelijk en huwelijksjubileum van leden, gouden bruiloften, jaarlijks schoolfeest lagere school, jaarlijkse Lo-kermis, Sint-Odafeesten Overpelt, …

Bij belangrijke plaatselijke gebeurtenissen zorgen de fanfare en/of drumband voor de muzikale opluistering. We vernoemen er enkele: eerstesteenlegging kerk (18 mei 1963), 75 jaar Sint-Jan-Berchmanstehuis Hamont (4 oktober 1964), inhuldiging parochiaal centrum ‘t Lo (20 maart 1971), 25 jaar KAJ Hamont-Lo (15 augustus 1975), inhuldiging stadhuis (4 april 1976), 50 jaar KVLV Hamont-Lo (15 mei 1976), opening visvijver Kettingbrug (26juni 1976), 75 jaar aanwezigheid paters salva torianen (23 september 1977), Jaar van het Dorp (9-10 september 1978), 50 jaar Heilige Theresiakapel MuIk (23-24 september 1978), hulde Parijs-Dakarrijder Harry (Hendrik) Vaesen (25 januari 1987), 125 jaar Koninklijke Fanfare Kempenbloei Achel (5juli 1987), 25 jaar parochie Salvator Mundi (27 augustus 1989), 140 jaar Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia Hamont (20 mei 1991), herdenkingsplechtigheid vliegtuigcrash Haart (1 mei 1993), 100 jaar Salvatorcollege (22 september 2002), 50 jaar Rode Kruis (23 augustus 2003).

Geregelde wandelconcerten door Hamont en uiteraard Hamont-Lo accentueren de aanwezigheid van de fanfare in het dagelijkse leven. Op een aantal vaste en occasionele stopplaatsen krijgt de fanfare uit waardering een geapprecieerde verfrissing aangeboden.

Ook allerhande kerkelijke hoogtepunten en vieringen worden luister bijgezet: jaarlijkse sacramentsprocessie, priesterwijdingen, afhalen communicanten, afscheidsserenade afscheids nemende pastoors, inhuldiging nieuwe pastoors, priesterjubilea, opluistering middernachtmis.

Het jaarlijkse winterconcert, aangeboden aan de bevolking, toont de verbondenheid van Fanfare De Eendracht Hamont-Lo met de eigen parochie en stad.

HUISVESTING

Sedert de oprichting in 1953 is de bestaansgeschiedenis van de fanfare nauw verweven met haar zoektocht naar een geschikte accommodatie voor haar repetities: maar liefst zeven keer krijgt de fanfare een nieuwe ‘thuis’.

De eerste repetities en lessen notenleer worden ‘tussen de houten schoolbanken’ van de lagere school gehouden.

In de in augustus 2002 gesloopte schoolgebouwen langs ‘t Lo vond de fanfare meerdere keren onderdak …

Al vlug blijkt de nood aan een beter en praktischer repetitielokaal: de KAJ wordt bereid gevonden om haar lokaal onder de overdekte speelplaats langs ‘t Lo (in de in augustus 2002 gesloopte oude schoolgebouwen) te delen.

In 1955 wordt het KAJ-Iokaal, omwille van het stijgend aantal leden, te klein bevonden. De fanfare verhuist naar de langs de Salvatorstraat gelegen fietsenwinkel annex werkhuis van schatbewaarder Jan Kwanten. De werkplaats wordt van ramen en een plafond voorzien, betimmerd en geschilderd en zo omgetoverd tot een praktisch fanfarelokaal.

In 1962 verhuist de fanfare, na overleg met de paters salvatorianen, uit ruimtegebrek terug naar de lagere school waar de turnzaal als repetitielokaal dient.

Op 20 maart 1971 wordt de parochiezaal ingehuldigd. Pater Slenders is van mening dat er daar plaats genoeg is om te repeteren en omdat de lagere school voltijds over de turnzaal wenst te beschikken, wordt de fanfare verzocht aan te kloppen bij de raad van beheer van de vzw der parochiale werken. De toenmalige raad van beheer van de parochiezaal deelt die mening niet en de fanfare krijgt geen repetitieruimte in de parochiezaal. Door tussenkomst van Pater Overste, Pater Hugo, krijgt de fanfare de beschikking over een leegstaand klaslokaal in de lagere school. Na grondige aanpak wordt het omgetoverd tot een net repetitielokaal.
In 1975, op het ogenblik dat de vereniging sterk in ledenaantal uitgroeit, wordt het lokaal met 3 meter vergroot door een scheidingsmuur uit te breken. De werken gebeuren met hulp van de stad.

In 1979 is er even hoop op definitieve huisvesting. Achter de Salvator Mundikerk zullen nieuwe KAJ-lokalen gebouwd worden (in gebruik sedert 1981). Helaas komt de fanfare nog niet aan bod. Ze behoudt haar vertrouwde klaslokaal dat in 1981 wordt opgesmukt met ingelijste diploma’s en foto’s en van centrale verwarming wordt voorzien.

In 1983 krijgt de fanfare de boodschap dat het klaslokaal vrijgemaakt moet worden voor de lagere school. De fanfare pleegt overleg, eerst met de paters salvatorianen en nadien met de stad: het voormalige KAJ-lokaal (de KAJ had nieuwe lokalen gekregen tussen kerk en parochiezaal) langs de collegestraat wordt met hulp van de stad omgebouwd tot fanfarelokaal. De fanfare staat in voor de binneninrichting en het aanleggen van verwarming. Op 24 september wordt het fanfarelokaal officieel in gebruik genomen.

Een dankbare voorzitter schudt de hand van burgemeester Leeten, bij de ingebruikname van het voormalige KAJ-lokaal in de Collegestraat.

In 1993 wordt de versleten houten vloer met hulp van de stad vervangen door een tegelvloer. De noden lijken voldaan. De fanfare groeit echter in ledenaantal (meer dan 90 leden) zodat midden jaren 1990 het lokaal weer te klein is.

In 1996 komt de stad met het voornemen om op het Lo, achter de parochiezaal een sporthal annex fanfarelokaal te bouwen. De plannen worden goedgekeurd op de gemeenteraad van 8 juli 1996, de werkzaamheden starten kort daarop. In april1998 kan de fanfare er haar splinternieuwe lokaal in gebruik nemen.

De officiële inhuldiging en inwijding gebeuren samen met de inhuldiging van de sporthal op 5-6 juni 1999. De officiële ingebruikname gaat gepaard met een opendeurdag waarop de geschiedenis van de fanfare in een geslaagde tentoonstelling wordt weergegeven.
De eigentijdse accommodatie omvat de nodige bergruimte (op de benedenverdieping en op de eerste verdieping) en uiteraard een ruim repetitielokaal (10 bij13 m) met een kleine keuken/drankvoorziening.

Een gedenkplaat tegen de gevel van Sporthal Het Lo herinnert aan de officiële ingebruikname van het fanfarelokaal.

UNIFORM, VAANDEL,

Bij de oprichting van de meisjesdrumband was voorzitter Harrie Schonkeren van mening dat de drumband onmiddellijk in uniform gestoken moest worden. Na de nodige gesprekken met kleermaker Antoon Belien (Hamont-Lo) over prijs, snit en kleur wordt beslist: het jasje in het lichtrood, een lichtblauw rokje, een rode muts en lange witte laarzen. Op hun eerste uitstap, samen met de fanfare op 6 juli 1963 (kermis Hamont-Statie), zijn ze voor het eerst in uniform te bewonderen.

Eerste uitstap van de meisjesdrumband, kermis Hamont-Statie, 6 juli 1963, vergezeld van de fanfare.

In december 1967 moeten nieuwe laarzen aangekocht worden voor de meisjesdrumband: het worden witte lederen laarzen tot bijna aan de knie.

Meer en meer treedt de meisjesdrumband zonder de fanfare naar buiten. Om de herkenbaarheid te accentueren wordt in 1968 in eigen beheer het eerste vaandel genaaid en geborduurd. Het vaandel draagt oorspronkelijk het jaartal 1962, het jaartal waarin oprichter Harrie Schonkeren voor het eerst het idee van een meisjesdrumband lanceert. Aangezien de eerste repetitie op zich laat wachten tot 18 juni 1963 geldt 1963 als officieel oprichtingsjaar. De eerste vaandeldraagster is Anita Ramaekers.

In 1969 krijgt de meisjesdrumband bij de jurering van de Mars- en Showwedstrijd Hamont een stevige opmerking over het kleurverschil in de rokjes (er was nieuw stof bijgekocht die van kleur verschilde). Die opmerking speelt hen parten bij de uitslag.

In 1971 trekken zij de Straat O in nieuwe witte rokjes, nieuwe laarzen en met hun zelf ontworpen vaandel.

Het zelf ontworpen vaandel van de meisjesdrumband.

Het stijgende ledenaantal eist dat ook de meisjesdrumband in 1978 in het nieuw gestoken wordt. Tijdens de carnavalstoet te Hamont op zondag 5 februari 1978 zijn de nieuwe uniformen niet langer een droom maar een feit. In kakibruine jurkjes, ecru pet en half lange laarzen stappen ze door de straten. Hun uniform sluit nu aan bij dat van de fanfare.

In 1986 worden fanfare en drumband nog maals in het nieuw gestoken. Het uniform van de meisjesdrumband: een rode jas, een gebroken wit rokje en witte halflange laarzen vormt een mooi geheel met de nieuwe uniformen van de fanfare.

In 1991 worden voor de drumband rode T-shirts met de opdruk ‘Fanfare De Eendracht Hamont-Lo’ aangekocht; bij te warm weer paradeert de drumband in T-shirt door de straten.

In 1993 ontwerpt en creëert de drumband speciale carnavalskleding die bij carnavalsoptochten wordt gedragen. Dit initiatief wordt in 2000 nogmaals herhaald.

Op voorstel van dirigent Jos Bakkers worden de trommels van de drumband in 1998 voorzien van draagbeugels en muzieklessenaars (‘pupiters’); een draagbaar klokkenspel vervolledigt het instrumentarium.

In 1999 volgen nieuwe bongo’s en trommelstokken; de kniesteunen worden vernieuwd; een nieuwe rol stof voor het bijmaken van rokjes wordt aangekocht.

Zelf ontworpen carnavalskledij uit 1993 en 2000.

Een fanfare financieel runnen is een behoorlijke opgave. Doorheen de geschiedenis van elke fanfare vormt de zorg voor voldoende financiële middelen een rode draad. Ontelbare acties van uiteenlopende aard (Vlaamse kermis, tombola, kienavond, bonte avond, bals, concerten, …), de jaarlijkse huis-aan-huisverkoop van steun- en lid kaarten, de financiële steun van de stad, van particulieren en bedrijven, de werklust van de leden (zuiveren plastic, …) …. moeten het financiële gat telkens weer dichten. De grote financiële ‘slokkers’ zijn ongetwijfeld de uitgaven voor uniformen en instrumenten. De zorg voor een- goed eigentijds instrumentarium is en blijft een belangrijke investering, die gelukkig de kwaliteit van de muziek ten goede komt. Zonder de inzet en vrijgevigheid van velen is een fanfare niet leefbaar. Dank aan iedereen die in de voorbije 60 jaar onder welke
vorm dan ook heeft bijgedragen!

DIRIGENTEN

Doorheen de jaren heeft de drumband onder leiding gestaan van verschillende dirigenten. Hieronder een overzicht.

Onder dirigent Jos Bakkers (1997-????)

Op het winterconcert 1997 geeft Jef Bloemen het dirigeerstokje over aan zijn opvolger: Jos Bakkers (°1964) uit Molenbeersel, spelend lid bij de Drumband van de Schutterij Sint Martinus Kinrooi en bij de Koninklijke Fanfare Sint-lsidorus Molenbeersel. Sinds 1994 dirigeert hij de drumband van de Koninklijke Fanfare Sint-Isidorus Molenbeersel.

Na een korte inwerkingsperiode weet dirigent Jos Bakkers de drumband tot mooie successen te brengen:

  • 82% op het Provinciaal Drumbandtornooi in Tessenderlo, 1999,
  • positief juryverslag op het Drumfestival in Lommel, 3 november 2001,
  • positief juryverslag op het Drumfestival in Sint-Huibrechts-Lille (Neerpelt), 15 september 2002,
  • positief juryverslag op het Drumfestival in Kleine-Brogel (Peer), 24 mei 2003.

Elke dirigent met ambitie streeft ernaar om zijn korps te laten deelnemen aan en uitblinken in: concoursen, kantonnale muziekfestivals, het door de Limburgse Muziekfederatie georganiseerde Kampioenschap van Limburg, de tweejaarlijkse Mars- en Showwedstrijden der Lage Landen, …

Vanaf haar ontstaan leiden de opeenvolgende dirigenten de fanfare tot uitstekende resultaten waaraan de vereniging haar faam en uitstraling dankt.

De Koninklijke Fanfare De Eendracht Hamont-Lo dankt dan ook haar dirigenten, de opleiders en op leidsters voor hun onmiskenbare bijdrage aan het succes van de vereniging.

Onder dirigent Jozef Bloemen (1964-1997)

Jef (Jozef) Bloemen (°1944) nam in januari 1964 als bijna vanzelfsprekend het dirigeer stokje over van zijn broer.

Als trommelaar was hij lid van de harmonie in Kaulille (Bocholt) maar al snel werd hij door zijn broer bij de repetities en de uit stappen van Fanfare De Eendracht betrokken.

Zonder een specifieke opleiding in trommelen (wel hobo) genoten te hebben slaagt hij erin om met de drumband een aanzienlijke reeks successen te boeken:

  • 5 juli 1964: 84% in 3° afdeling op het concours in Sint-Huibrechts-Lille (Neerpelt),
  • 17 mei1970: 83% in 2° afdeling op het concours ìn Hoogstraten,
  • 20 mei1973: 89% in 2° afdeling op het concours in Overpelt,
  • 12augustus 1973: 77% in 2° afdeling op het Wereldmuziekconcours in Bree,
  • 19 augustus 1973: 78% in 2° afdeling op het concours te Borgloon,
  • 16 september 1973: 84% in de finale van Fedekam Limburg in Sint-Huibrechts-Lìlle (Neerpelt),
  • 26 juni 1977: 86% met promotie naar 2° afdeling in de Finale Limburgse Muziek-federatie in Leopoldsburg,
  • 3 september 1978: 90% in 2° afdeling, Kampioen van Limburg met de schaal van Limburg en promotie 1° afdeling op het Kampioenschap van Limburg in Kaulille (Bocholt),
  • 28 september 1980: eerste prijs met 83% in 1° afdeling op het provinciaal drumband tornooi in Beverlo,
  • 11 oktober 1981: 90% in 1° afdeling met lof van de jury, op het Dru mfestival in Zichen Zussen-Bolder,
  • 22 september 1985: 86% in 1° afdeling op het Provinciaal Drumbandtornooi in Sint Huibrechts-Lille (Neerpelt); met 87% behaalde Berty Leyssen er eveneens de tamboerprijs, 1985,
  • 3 juli1988: 84% in 2° afdeling op het Provinciaal Stapmarstornooi in Hengelhoef (Houthalen), samen met fanfare en majorettes,
  • 11 september 1988: 84% in 1° afdeling op het Provinciaal Drumbandtornooi in Kanne,
  • 22 september 1991: 82% op het Provinciaal Drumbandtornooi in Molenbeersel.

Eerste wedstrijdoptreden van de drumband in Sint-Huibrechts-LiIIe op 5 juli 1964.

De drumband geeft een prachtige show op het tuinconcert (1977) in de kloostertuin van de paters salvatorianen.

Sedert 1965 is de drumband tijdens het pinksterweekend een vaste waarde op de Mars-en Showwedstrijden der Lage Landen (Hamont).

Eerste deelname Mars- en Showwedstrijden 1965 onder leiding van Ria Van Lishout.

Ze behaalt er mooie resultaten:

  • 1965: 88% in 4° afdeling,
  • 1967: 81% in 3° afdeling,
  • 1969: 79,5% in 3° afdeling,
  • 1971: 74% in 2° afdeling,
  • 1973: 87% in 2° afdeling,
  • 1975: 81 % in lagere afdeling,
  • 1977: 83% in lagere afdeling.

Provinciaal drumbandkampioen 1978 van de Limburgse Muziekfederatie wordt het knappe korps van “De Eendracht” Hamont-Lo onder leiding van Hennie Hegge.

Vanaf 1980 nemen fanfare en drumband, al dan niet vergezeld van de majorettes, samen deel aan de mars- en showwedstrijden onder leiding van de dirigent van de fanfare. De voorbereiding van de drumband gebeurt door de dirigent van de drumband; het optreden gebeurt onder leiding van de dirigent van de fanfare.

Sedert 1980 luistert de drumband ook de tweejaarlijkse optocht van het Europees Muziekfestival voor de Jeugd in Neerpelt op.

Onder dirigent Lambert Bloemen (1963-1964)

De eerste dirigent van de in 1963 opgestarte drumband is Bèr (Lambert) Bloemen (°1931), die gedurende korte tijd de drumband muzikaal zal leiden.

Het eerste optreden van de meisjesdrumband vindt onder zijn leiding plaats ter gelegenheid van de kermis van Hamont-Statie op 6 juli 1963. De meisjesdrumband trekt er de aandacht als zij samen met de fanfare de kermis opluisteren.

In januari 1964 geeft Bèr Bloemen de dirigeerstok door aan zijn broer.