Geschiedenis

OPRICHTING, BENAMING, STRUCTUUR

We schrijven: 1953.

Hamont-Lo, deelgemeente van het nog niet met Achel gefusioneerde Hamont, telt op dat moment minder dan duizend inwoners. Wie interesse heeft in de muziek en zich geroepen voelt om bij een muzikale vereniging aan te sluiten, wordt lid van de in 1861 opgerichte Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia Hamont. Wie ook over de grens gaat kijken, sluit aan bij Eendracht Maakt Macht Budel of Harmonie Sint-Antonius Budel Schoot.

In de eigen deelgemeente Hamont-Lo leeft bij meester Guillaume Gielen (Josephus Wilhelmus Joannes Gielen, 01913), school hoofd van de plaatselijke lagere school, het idee om op het Lo een eigen fanfare op te richten. In mei 1953 legt hij daarvoor de eerste contacten met de geestelijke en gemeentelijke overheid die hem aanvankelijk hun steun toezeggen.

Hierdoor gesteund weet meester Gielen enkele inwoners vn het Lo die spelend lid zijn bij de fanfares van Hamont of Budel, o.a. Raymond Herteleer (1923-2000), Driekske (Hendrikus) de Werdt (1918-1995) en Thieu (Wilhelmus Mathieu) Hendriks (1907-1994), voor zijn plan te winnen. Zij stellen een lijst samen van 27 deelnemende leden die de nieuwe vereniging zouden vormen.

Het plan mag niet rekenen op het enthousiasme van de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia Hamont, hierin bijgetreden door het college van burgemeester en schepenen. Op 22 juni 1953 besluit het college niet in te gaan op de vraag om toelage voor de oprichting van een muziekschool enerzijds en een fanfare anderzijds. Het college dringt daarentegen aan op samenwerking met en als afzonderlijke onderafdeling van de Harmonie Sint-Cecilia Hamont. Op 3 juli 1953, tijdens een overlegvergadering tussen de mogelijke oprichters van de nieuwe fanfare, de gemeente en het bestuur van de harmonie stelt de harmonie dat de op het Lo ingezamelde bijdragen aan de harmonie toebehoren en dat de spelende leden van de toekomstige fanfare onder de hoede van de harmonie begeleid moeten worden. De pioniers van het Lo besluiten evenwel hun eigen weg te gaan.

Meester Gielen weet uiteindelijk met een nipte meerderheid (6 stemmen tegen 5) een gemeentelijke subsidie gestemd te krijgen. Dit startbedrag moet de oprichting van de fanfare mogelijk maken. De notulen van de gemeenteraad (8 augustus 1953) laten duidelijk aanvoelen hoe moeilijk de bespreking en stemming destijds verliep:

Gezien de aanvraag van het Loo, teneinde van het gemeentebestuur een subsidie te ontvangen van 25.000 fr. voor het oprichten van een fanfare en muziekschool op het gehucht Loo, ter opluistering van de plaatselijke feestelijkheden van het Loo en ter ontwikkeling van de muziek; Gelet op het onderzoek van het Schepencollege ter bevordering van een compromis tussen de twee besturen der muziekmaatschappijen teneinde te bewerken dat de fanfare 5lechts een onderdeel zou uitmaken der Kon. Harmonie, die zelfstandig zouden mogen optreden en dat gezegd onderzoek heeft uitgewezen dat deze oplossing praktisch niet mogelijk is; Na voorlegging der aanvraag geeft de Burgemeester als zijn mening te kennen, dat het vanwege de gemeente voorbarig ¡s, toelage te geven aan een maatschappij die nog geen vaste vormen heeft aangenomen, noch reeds iets gepresteerd heeft en dat het dien ten gevolge voorkomt dat de gemeente de oprichter is der fanfare, gezien geen ander bronnen van inkomsten worden aangehaald; Vervolgens wordt overgegaan tot een geheime stemming van 10 Het geven van toelage van 4.000 fr. aan de nieuwe muziekschool van het Loo, op voorwaarde dat 15 leerlingen deze cursus volgen wordt een pang goedgekeurd.2° Toelage aan de fanfare, er wordt eerst ge5temd over het princiep hetgeen bij geheime stemming een meerderheid behaalde van 6 stemmen tegen 3 met 1 onthouding; 2° stemming betreft het jaar der eerste toelage nml. 1953 of 1954 het geen voor 1953 zes stemmen oplevert, drie stemmen voor 1954 en één onthouding. Betreffende het bedrag der toelage worden twee voorstellen naar voor gebracht, één van 10.000 fr. en één van 16.000 fr. De toelage van 10.000 fr. is bij geheime stemming aangenomen met 5 stemmen, vier stemmen voor 16.000 fr. en één onthouding.

Meester Gielen roept op 16 augustus 1953 aIle gezinnen van Hamont-Lo samen op een eerste vergadering waarop tot de stichting van een nieuwe fanfare overgegaan wordt. Als naam wordt aan ‘Vrij en Blij’ gedacht maar kort na de oprichting krijgt de nieuwe vereniging haar definitieve naam: Fanfare De Eendracht (de toevoeging Hamont-Lo dateert van 1994). De fanfare neemt bij de oprichting de vorm van een feitelijke vereniging aan.

In 1963 wordt op initiatief van voorzitter Harrie (Henricus) Schonkeren (1918-1998) de meisjesdrumband opgericht.

Op 13 september 1973 — de vereniging viert in dat jaar haar twintigjarig bestaan — wordt de fanfare een officiële vereniging zonder winstgevend doel. De statuten van de vzw worden op die dag in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

Artikel 2 van de statuten omschrijft de doelstelling van de vereniging: ‘De vereniging heeft als doel in de gemeente en voorname lijk in de parochie een fanfare ¡n stand te houden tot het opluisteren van kerkelijke en burgerlijke plechtigheden.’

In 1994 (Belgisch Staatsblad van 21juni1994) worden ze grondig gemoderniseerd. Ook het doel wordt geactualiseerd en verruimd: ‘De vereniging heeft tot doel een fanfare in stand te houden tot het opluisteren van kerkelijke en burgerlijke plechtigheden, voornamelijk in de gemeente en in de parochie. Bovendien kan ze wandelconcerten uitvoeren en deelnemen aan concerten, wedstrijden, festivals en andere manifestaties, al dan niet in eigen Organisatie.’

Sedert hun ontstaan maken fanfare en meisjesdrumband er een erezaak van om geregeld naar buiten te treden: de intocht van Sint-Nicolaas, de optochten van prins carnaval en carnavalstoeten te Hamont, Neerpelt en Budel-Schoot, huwelijk en huwelijksjubileum van leden, gouden bruiloften, jaarlijks schoolfeest lagere school, jaarlijkse Lo-kermis, Sint-Odafeesten Overpelt, …

Bij belangrijke plaatselijke gebeurtenissen zorgen de fanfare en/of drumband voor de muzikale opluistering. We vernoemen er enkele: eerstesteenlegging kerk (18 mei 1963), 75 jaar Sint-Jan-Berchmanstehuis Hamont (4 oktober 1964), inhuldiging parochiaal centrum ‘t Lo (20 maart 1971), 25 jaar KAJ Hamont-Lo (15 augustus 1975), inhuldiging stadhuis (4 april 1976), 50 jaar KVLV Hamont-Lo (15 mei 1976), opening visvijver Kettingbrug (26juni 1976), 75 jaar aanwezigheid paters salva torianen (23 september 1977), Jaar van het Dorp (9-10 september 1978), 50 jaar Heilige Theresiakapel MuIk (23-24 september 1978), hulde Parijs-Dakarrijder Harry (Hendrik) Vaesen (25 januari 1987), 125 jaar Koninklijke Fanfare Kempenbloei Achel (5juli 1987), 25 jaar parochie Salvator Mundi (27 augustus 1989), 140 jaar Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia Hamont (20 mei 1991), herdenkingsplechtigheid vliegtuigcrash Haart (1 mei 1993), 100 jaar Salvatorcollege (22 september 2002), 50 jaar Rode Kruis (23 augustus 2003).

Geregelde wandelconcerten door Hamont en uiteraard Hamont-Lo accentueren de aanwezigheid van de fanfare in het dagelijkse leven. Op een aantal vaste en occasionele stopplaatsen krijgt de fanfare uit waardering een geapprecieerde verfrissing aangeboden.

Ook allerhande kerkelijke hoogtepunten en vieringen worden luister bijgezet: jaarlijkse sacramentsprocessie, priesterwijdingen, afhalen communicanten, afscheidsserenade afscheids nemende pastoors, inhuldiging nieuwe pastoors, priesterjubilea, opluistering middernachtmis.

Het jaarlijkse winterconcert, aangeboden aan de bevolking, toont de verbondenheid van Fanfare De Eendracht Hamont-Lo met de eigen parochie en stad.

HUISVESTING

Sedert de oprichting in 1953 is de bestaansgeschiedenis van de fanfare nauw verweven met haar zoektocht naar een geschikte accommodatie voor haar repetities: maar liefst zeven keer krijgt de fanfare een nieuwe ‘thuis’.

De eerste repetities en lessen notenleer worden ‘tussen de houten schoolbanken’ van de lagere school gehouden.

In de in augustus 2002 gesloopte schoolgebouwen langs ‘t Lo vond de fanfare meerdere keren onderdak …

Al vlug blijkt de nood aan een beter en praktischer repetitielokaal: de KAJ wordt bereid gevonden om haar lokaal onder de overdekte speelplaats langs ‘t Lo (in de in augustus 2002 gesloopte oude schoolgebouwen) te delen.

In 1955 wordt het KAJ-Iokaal, omwille van het stijgend aantal leden, te klein bevonden. De fanfare verhuist naar de langs de Salvatorstraat gelegen fietsenwinkel annex werkhuis van schatbewaarder Jan Kwanten. De werkplaats wordt van ramen en een plafond voorzien, betimmerd en geschilderd en zo omgetoverd tot een praktisch fanfarelokaal.

In 1962 verhuist de fanfare, na overleg met de paters salvatorianen, uit ruimtegebrek terug naar de lagere school waar de turnzaal als repetitielokaal dient.

Op 20 maart 1971 wordt de parochiezaal ingehuldigd. Pater Slenders is van mening dat er daar plaats genoeg is om te repeteren en omdat de lagere school voltijds over de turnzaal wenst te beschikken, wordt de fanfare verzocht aan te kloppen bij de raad van beheer van de vzw der parochiale werken. De toenmalige raad van beheer van de parochiezaal deelt die mening niet en de fanfare krijgt geen repetitieruimte in de parochiezaal. Door tussenkomst van Pater Overste, Pater Hugo, krijgt de fanfare de beschikking over een leegstaand klaslokaal in de lagere school. Na grondige aanpak wordt het omgetoverd tot een net repetitielokaal.
In 1975, op het ogenblik dat de vereniging sterk in ledenaantal uitgroeit, wordt het lokaal met 3 meter vergroot door een scheidingsmuur uit te breken. De werken gebeuren met hulp van de stad.

In 1979 is er even hoop op definitieve huisvesting. Achter de Salvator Mundikerk zullen nieuwe KAJ-lokalen gebouwd worden (in gebruik sedert 1981). Helaas komt de fanfare nog niet aan bod. Ze behoudt haar vertrouwde klaslokaal dat in 1981 wordt opgesmukt met ingelijste diploma’s en foto’s en van centrale verwarming wordt voorzien.

In 1983 krijgt de fanfare de boodschap dat het klaslokaal vrijgemaakt moet worden voor de lagere school. De fanfare pleegt overleg, eerst met de paters salvatorianen en nadien met de stad: het voormalige KAJ-lokaal (de KAJ had nieuwe lokalen gekregen tussen kerk en parochiezaal) langs de collegestraat wordt met hulp van de stad omgebouwd tot fanfarelokaal. De fanfare staat in voor de binneninrichting en het aanleggen van verwarming. Op 24 september wordt het fanfarelokaal officieel in gebruik genomen.

Een dankbare voorzitter schudt de hand van burgemeester Leeten, bij de ingebruikname van het voormalige KAJ-lokaal in de Collegestraat.

In 1993 wordt de versleten houten vloer met hulp van de stad vervangen door een tegelvloer. De noden lijken voldaan. De fanfare groeit echter in ledenaantal (meer dan 90 leden) zodat midden jaren 1990 het lokaal weer te klein is.

In 1996 komt de stad met het voornemen om op het Lo, achter de parochiezaal een sporthal annex fanfarelokaal te bouwen. De plannen worden goedgekeurd op de gemeenteraad van 8 juli 1996, de werkzaamheden starten kort daarop. In april1998 kan de fanfare er haar splinternieuwe lokaal in gebruik nemen.

De officiële inhuldiging en inwijding gebeuren samen met de inhuldiging van de sporthal op 5-6 juni 1999. De officiële ingebruikname gaat gepaard met een opendeurdag waarop de geschiedenis van de fanfare in een geslaagde tentoonstelling wordt weergegeven.
De eigentijdse accommodatie omvat de nodige bergruimte (op de benedenverdieping en op de eerste verdieping) en uiteraard een ruim repetitielokaal (10 bij13 m) met een kleine keuken/drankvoorziening.

Een gedenkplaat tegen de gevel van Sporthal Het Lo herinnert aan de officiële ingebruikname van het fanfarelokaal.

UNIFORM, VAANDEL,

In 1953, bij het ontstaan van de fanfare, ontbreken de financiële middelen om de jonge fanfare van een uniform te voorzien. Alle aandacht gaat op dat moment naar de muziekopleiding en de bestuurlijke Organisatie van de vereniging. De vereniging is al blij dat ze tweedehandse instrumenten op de kop weet te tikken bij muziekverenigingen uit de omgeving. Met de opbrengst van een Vlaamse kermis en de verkoop van steunkaarten worden oude instrumenten van de fanfares van Budel Dorplein en Tilburg aangekocht. Ze worden door de gerenommeerde firma de Vries gerepareerd en gechromeerd. Bij de eerste repetitie stelt men vast dat muzieklessenaars (‘pupiters’) ontbreken: die komen uit Achel waar men die niet meer nodig had.

In 1958 sponsort Willem Kauffmann, meubelhandelaar uit Hamont ( Bosstraat), de eerste donkerrode uniformpetten waardoor de fanfare duidelijk herkenbaar wordt.

Voor het eerst met hun donkerrode uniformpetten, tijdens een serenade bij Driek (Hendricus) Ramaekers, ter gelegenheid van de terugkeer van zijn zoon Willy uit Congo.

In 1958-59 blijken heel wat instrumenten uit de beginjaren dringend aan vervanging toe. Voorzitter Michel Geers heeft de handen vol met het organiseren van allerhande acties om de financiering rond te krijgen: een Vlaamse kermis, kienavonden, tombola’s en andere steunacties doen een beroep op de vrijgevigheid van het Lo. Gelukkig zijn er nog Renier Cardinaels (1 880-1966) en de gemeente om de financiële nood te lenigen. In 1967 verrast voorzitter Gerard Boonen de vereniging als hij in zijn nieuwjaarsboodschap meedeelt dat hij de fanfare volledig in uniform wil steken. Hij krijgt een gemeentelijke toelage van 15.000 Br. (371,84 euro) los en wat sponsoring. Het bestuur organiseert steunavonden en andere commerciële acties, een ‘spaarvarkentje’ inbegrepen.

In de carnavalstoet in Hamont, 25 februari 1968, draagt de fanfare voor het eerst haar uniform, gemaakt door kleermaker Toon Beliën: een bordeauxrode jas en pet, een grijze broek.

De eerste uniformen worden officieel ‘ingehuldigd’ op 3 maart 1968. Fier stapt de fanfare over het Lo tot aan de voetbalkantine van het toenmalige Hamont-Lo VV. Burgemeester André Rijcken verwelkomt er de fanfare op een groots feest. Na zijn lof-woorden overhandigt hij de voorzitter een stevige cheque en trakteert hij de feestvierders op een vat bier.

Anno 1968: fanfare en drumband in hun eerste uniform.

Voorzitter Gerard Boonen en zijn echtgenote, omringd door de drumband, bij de ingebruikname van het nieuwe uniform.

Op zondag 9 juni 1968, Sacramentsdag, mag vlaggendrager (Peter) Jan Ramaekers (°1932) de nieuwe vlag van de fanfare laten wijden.

In 1969 komen de financiële zorgen weer even op de voorgrond als blijkt dat er weer nieuwe instrumenten aangekocht moeten worden. De voorzitter klopt aan bij de stad die een speciale toelage stemt voor de aankoop van muziekinstrumenten. Fanfare De Eendracht heeft haar bestaansreden bewezen! In 1970 worden de nodige financiële middelen vergaard om nieuwe trommels voor de meisjesdrumband aan te kopen.

In 1975 stelt het stijgende ledenaantal en de vaststelling dat de voorraad stof op is en niet meer bij te krijgen is, het bestuur voor de uitdaging om de fanfare in het nieuw te steken. Er wordt aangeklopt bij de stad die toezegt twee derde van de financiering te dragen. Het overige gedeelte wordt bij elkaar gesprokkeld door allerhande activiteiten. Met carnaval 1975 staat de fanfare in het nieuw: kakibruine jas, pet en broek.
In 1979 worden de uniformpetten ‘versierd’ met een witte pluim: een gift van een anonieme schenker.

In 1984 wordt weer aan de noodbel getrokken want de uniformstof is zo goed als op. Kleermaker Toon Beliën stelt een offerte op. Het wordt een uitdaging om de nodige gelden te verzamelen.

In 1986 krijgt de fanfare voor de derde keer sinds haar ontstaan, nieuwe uniformen: in rode jas, rode pet en donkerblauwe broek stelen ze het oog van de belangstellende toeschouwers. Een frisse en eigentijdse ‘outfit’ waarmee de fanfare ook nu nog de show steelt. Het uniform van de meisjesdrumband dat ook in 1986 vernieuwd wordt, sluit daar mooi bij aan.

De aanzienlijke investering voor nieuwe uniformen van fanfare en drumband kon gefinancierd worden dankzij:

  • de verkoop van de zuiver gemaakte plastic zakken van de Salvatoriaanse Hulpactie: in verschillende ploegen wordt er drie jaar lang, zomer en winter, aan gewerkt, met niet-aflatende ijver;
  • de uitgave van een commerciële telefoongids die door de plaatselijke handelaars en bedrijven wordt gesponsord;
  • sponsoring door Verwarmingsservice Tonny Rutten die de volledige uitrusting van de tamboer-majoor voor zijn rekening neemt;
  • een in 1986 uitgekeerde ‘dubbele stedelijke subsidie’: het gebruikelijke uniformenfonds en een eenmalige bijzondere toelage;
  • de schenking van de stedelijke subsidie 1986 (uniformenfonds) van zowel de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia Hamont als van de Koninklijke Fanfare Kempenbloei Achel aan Fanfare De Eendracht Hamont-Lo (bij een latere aankoop van nieuwe uniformen door de vermelde muziekmaatschappijen deed Fanfare De Eendracht een gelijkaardige geste);
  • de verkoop van de oude uniformen aan de Salvatoriaanse Hulpactie.

De nieuwe uniformen (thans nog in gebruik) worden officieel in gebruik genomen op 17 mei 1986, tijdens een plechtigheid en aansluitend feest voor de parochiegemeenschap Hamont-Lo. Bij die gelegenheid geeft een tentoonstelling een beeld van de geschiedenis van de vereniging. Op 18 mei, Pinksteren, paraderen fanfare en drumband over het marktplein in Hamont dat het decor van de Mars- en Showwedstrijden vormt. Om de financiële zorgen in de toekomst te beperken, besluit het bestuur vanaf 1987 een contributie te vragen aan de leden.

Ook de uitdaging om de drumband van nieuwe trommels te voorzien wordt in 1993 door de voorzitter niet uit de weg gegaan. Dankzij de sponsoring van Verwarmings service Tonny Rutten (destijds gevestigd in Hamont-Lo, nu Bosstraat) kan de drumband in mei 1993 over nieuwe instrumenten beschikken.

In mei 1993 neemt de drumband nieuwe trommels in gebruik.

De aansluiting bij Muziekschool Hamont-Budel vraagt om een aanzienlijke aanpassing van het reserve-instrumentarium dat niet meer eigentijds blijkt. In 1996 worden de instrumenten door Muziekcentrale Adams uit Thorn (Nederland) nagekeken. Een aantal nieuwe bugels en een bas worden aangekocht.

Voor de fanfare wordt ¡n 1999 geïnvesteerd in drie nieuwe eufoniums (gedeeltelijk betaald met een welgekomen financiële bij drage van de Ondernemersclub Hamont) en een nieuwe concerttrom. Nieuwe veren sieren de uniformpetten van de muzikanten. Al deze investeringen, voor drumband en fanfare, zijn uiteraard enkel mogelijk dankzij een doorgedreven financieel beleid en de steun van velen.

DIRIGENTEN

Doorheen de jaren heeft de fanfare onder de leiding gestaan van verschillende dirigenten.
Hier volgt een overzicht.

Onder dirigent Guido Dreessen

Onder dirigent Werner Geboers

Na het ontslag van Johan Mertens gaat de voorzitter op zoek naar een nieuwe dirigent en waardige opvolger. Hij vindt die in de persoon van Werner Geboers (°1972) uit Bocholt, een jonge dirigent die een gedegen muziekopleiding genoot aan het Lemmensinstituut te Leuven, verrijkt met een aantal specialisaties.

Vierde dirigent: Werner Geboers (anno 2003).

Het klikt tussen dirigent, bestuur en muzikanten. In oktober 2000 beslist het bestuur dan ook Werner Geboers officieel aan te stellen als vierde dirigent van de fanfare.

Bij de dirigentenwissel verlaten enkele muzikanten de vereniging terwijl andere zich aanbieden. Door goed overleg, begrip en onderlinge samenwerking tussen bestuur en dirigent wordt de bezetting snel weer op peil gebracht.

Zoals de traditie dat vraagt, wordt 2001 ingezet met het winterconcert. De nieuwe dirigent doorstaat de ‘vuurproef’ feilloos. Op het Hafabra-studieconcert, op 22 april 2001 in Lommel, krijgt de fanfare een perfect juryverslag.

Hierdoor aangemoedigd neemt de fanfare op 28 oktober 2001 deel aan het Provinciaal Concerttornooi van de Koninklijke Limburgse Muziekfederatie in Riemst en behaalt er in 3° afdeling met 87% het hoogste aantal punten, goed voor de trofee Mathieu Max.

In 2002 wordt de dirigent met een nieuwe uitdaging geconfronteerd: na de prachtige uitslag in 2001 op het provinciale concert tornooi wordt De Eendracht geselecteerd voor deelname aan het Kampioenschap van Limburg in Beringen. In april wordt de klus geklaard: een eerste prijs met 86% maakt De Eendracht Kampioen van Limburg in 3° afdeling.

Datzelfde jaar nemen fanfare en drumband nog deel aan de Mars- en Showwedstrijden en oogsten veel succes tijdens de taptoe. In het wedstrijdgedeelte wordt een score van 78% neergezet. Ook op het Europees Muziekfestival voor de Jeugd in Neerpelt blinken fanfare en drumband weer uit in de traditionele optocht.

Op de Muziekhappening in Maaseik op 1 september 2001 kapen fanfare, drumband en majorettes voor de tweede keer de trofee van de stad Maaseik weg als beste korps met de meeste uitstraling. De jonge tamboer-majoor Femke Vandijck (°1989) behaalt er met 80% een eerste prijs.

Vanaf 2001 neemt de vereniging jaarlijks deel aan de Muziekhappening en het Knapkoekbakken in Maaseik. In de namiddag trekken een veertiental harmonieën en fanfares rond ¡n de stad Maaseik. Ondertussen wordt een reuzenknapkoek gebakken die door het aanwezige publiek op het einde van deze festiviteit wordt verorberd.
De trofee van de stad Maaseik wordt uit gereikt. De avond wordt afgesloten op het vernieuwde marktplein met een Indrukwekkend gezamenlijk slotconcert van alle deelnemende harmonieën en fanfares (ca. 650 muzikanten).

Dirigent Werner Geboers stelt voor het jubileumjaar 2003 een totaal nieuw muzikaal programma samen. Een nieuwe uitdaging voor de vereniging!

Onder dirigent Johan Mertens (1988-2000)

Op 12 november 1988 neemt onze jonge stadsgenoot Johan Mertens (°1964), spelend lid bij Amicitia o.l.v. Jan Stevens, de muzikale leiding van de fanfare op zich.

Bij zijn aantreden kiest de fanfare onder zijn leiding een volledig nieuw programma. De bezetting en de structuur van het korps wordt in overleg met de vereniging onder de loep genomen.

Ook onder Johan Mertens wordt de traditie om aan de Mars- en Showwedstrijden deel te nemen, in stand gehouden. En met succes. Bij de eerste deelname onder zijn leiding (1990) behaalt de vereniging (fanfare en drumband) een mooie eerste prijs met 84%. Tamboer-majoor Linda Boonen verovert er de prijs van tamboer-majoor met maar liefst 95%. Op de Mars- en Showwedstrijden 1992 leidt de dirigent fanfare en drumband naar een eerste prijs met 82%. Dit succes wordt in 1994 met 80% en in 1996 met 82% bevestigd. In 1998 wordt de fanfare kampioen in discipline F met 86%, goed voor de schaal van Limburg. In 2000 behaalt de vereniging een eerste prijs met 81%.

Naast de gebruikelijke optredens en talrijke activiteiten stimuleert de dirigent de fanfare eveneens tot deelname aan het provinciaal concerttornooi in Lanaken (27 oktober 1991), waar met 72% een tweede prijs wordt behaald.

Op 1 en 2mei1998 luisteren de fanfare en de drumband, naar traditie, het Europees Muziekfestival voor de Jeugd in Neerpelt op. Ze worden er het ‘paradepaardje van de regio’ genoemd. De fanfare, drumband en majorettes weten ook in 2000 de toeschouwers opnieuw te boeien: de nieuwe mascotte, de 5-jarige Lore Bernaerts, trekt de aandacht.

Op 25 april 1999 neemt de fanfare met succes deel aan het Hafabra-studieconcert (een oefenconcert voor harmonieën, fanfares en brassbands) in Peer.

In de zomervakantie 2000 neemt dirigent Johan Mertens onverwacht ontslag om elders als dirigent zijn talent te beproeven.

Onder dirigent Gerard Lemkens (1966-1988)

De fanfare blijft enkele maanden zonder dirigent. Het voortbestaan van de vereniging is daardoor in het gedrang. Gerard Boonen, nog maar enkele jaren voorzitter, staat voor de opdracht een nieuwe en dynamische dirigent te vinden.

Die vindt de voorzitter ¡n de figuur van Gerard Lemkens die ¡n 1966, op 33-jarige leeftijd de uitdaging aangaat om, samen met de voorzitter, de tanende vereniging nieuw leven in te (laten) blazen. De op 23 april 1933 te Bree geboren Gerard Lemkens was al dirigent van de Sint-Evermarusvrienden Rutten en Sint-Isidorus Molenbeersel, maar toch neemt hij met volle overtuiging zijn taak bij Fanfare De Eendracht Hamont-Lo ter harte. Geen inspanning is hem te veel om het muzikale peil van de fanfare te garanderen.

Het klikt met de nieuwe dirigent. Onder zijn deskundige leiding neemt de fanfare op beloken Pasen (21 april) 1968, enkele weken nadat de nieuwe uniformen in gebruik waren genomen, in Zepperen (Sint-Truiden), deel aan het kampioenschap van Limburg. En met succes. De fanfare behaalt 90 % en wordt daarmee Kampioen van Limburg in 30 afdeling. De voorzitter mag het erediploma en de daaraan verbonden trofee, uitgereikt door de Limburgse Muziekfederatie, in ontvangst nemen. Op de statutaire vergadering te Hasselt krijgt Fanfare De Eendracht de gouden medaille.

Vanaf 1969 neemt de fanfare met succes geregeld deel aan diverse concoursen:

  • 18 mei 1969, Kantonnaal Festival in Overpelt: 92 % in 3° afdeling,
  • 5 april 1970, Kampioenschap van Limburg in Beringen: 86% in 2° afdeling,
  • 10 mei 1970, Kantonnaal Festival in Sint Huibrechts-Lille (Neerpelt), 85% in 2° afdelin g,
  • 14 mei 1972, Kantonnaal Muziekfestival in Achel, 88 % in 2° afdeling,
  • 16 februari 1974, Provinciaal Concerttornooi in Neeroeteren, eerste prijs met 87 % in 2° afdeling.

Tussendoor neemt de fanfare deel aan een ontelbaar aantal optredens, wandelconcerten, manifestaties, processies en optochten. De graag geziene fanfare vergeet duidelijk haar doelstelling niet.

In 1975 sluit de vereniging aan bij Fedekam Limburg (de in 1962 opgerichte Katholieke Federatie van Muziekverenigingen vzw). Ze neemt deel aan het Fedekamconcours op 1juni 1975 in Mol en sleept er een eerste prijs met 82 % in 2° afdeling in de wacht.

Op zondag 11 december 1976 viert de fanfare terecht haar dirigent op het Jubileumconcert 10 jaar dirigent Gerard Lemkens. Omwille van de successen die hij met de fanfare behaalde, wordt hij letterlijk en figuurlijk in de welverdiende bloemetjes gezet.

Op het tuinconcert in het kloosterpark ter gelegenheid van de viering van de 75-jarige aanwezigheid van de paters salvatorianen in Hamont-Lo, bewijzen fanfare en drumband nogmaals hun kunnen. Het concert en de show van de drumband worden op een daverend applaus onthaald.

Op 16 december 1978 geeft de fanfare haar eerste winterconcert met als gast de Koninklijke Fanfare Dommelgalm Neerpelt. Op 15 december 1979 verzorgt de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia Hamont het gastoptreden tijdens het winterconcert. Hiermee is een nieuwe traditie geboren.

Op 30 september 1979 beslist de vereniging ook dames bij de fanfare toe te laten. De opleiding neemt een aanvang onder Nol Goossens. In 1980 worden de eerste dames bij de fanfare ingelijfd.

In 1980 luistert de fanfare (samen met het ganse korps) voor het eerst de optocht van het Europees Muziekfestival voor de jeugd in Neerpelt op. Een nieuwe traditie is daarmee opgestart

Op het provinciaal concerttornooi op 26 oktober 1980 in Neerpelt behaalt de fanfare met 86% een eerste prijs met grote onder scheiding in 20 afdeling. Op 26 september 1982 haalt de fanfare een eerste prijs met 87% en de schaal voor het korps met de meeste uitstraling op het Provinciaal Stapmarstornooi, dat in Sint-Huibrechts-Lille (Neerpelt) plaatsvindt.

Op 28 oktober 1984 weet de gedreven dirigent Gerard Lemkens met 83% een eerste prijs in 2° afdeling weg te kapen op het Provinciaal Tornooi van de Limburgse Muziekfederatie in Zepperen (Sint-Truiden) ; op 15 september 1985 haalt de fanfare, samen met de drumband, met 86% een eerste prijs op het Provinciaal Stapmarstornooi te Stokkem(Dilsen-Stokkem); op de Mars- en Showwedstrijden 1988 krijgt de fanfare met 81 % weerom een eerste prijs; op het Provinciaal Stapmarstornooi in Hengelhoef (Houthalen) haalt de fanfare op 3 juli 1988 een eerste prijs met 83%. Op het Provinciaal Concerttornooi in Paal op 23 oktober 1988 sluit dirigent Gerard Lemkens zijn muzikale carrière bij de fanfare af met een tweede prijs (78%).

Op 12 november 1988, tijdens het slotconcert naar aanleiding van het 35-jarig bestaan van de vereniging, overhandigt dirigent Gerard Lemkens, na een zeer verdienstelijke carrière, het dirigeerstokje aan zijn opvolger.

Onder dirigent Guillaume Gielen (1953-1966)

De eerste dirigent, initiatiefnemer en medestichter van de fanfare, is meester Guillaume (Josephus Wilhelmus Joannes) Gielen (°1913), directeur van de lagere school. Van 1953 tot 1966 is hij de pionier die naast het dirigeren ook de eerste leden muziek aanleert.

Guillaume Gielen is een begenadigd, begeesterd en begeesterend dirigent die de jonge fanfare op korte tijd tot grote prestaties brengt.

Na veel repeteren verzorgt de fanfare het eerste optreden in 1955, twee jaar na de oprichting, in de aula bij de paters salvatorianen. De fanfare voert enkele marsen uit: Marietje, en Generaal Eisenhouwer. Ze wordt op een daverend applaus onthaald.

Na drie jaar repeteren behaalt de fanfare in 1956, onder het dirigentschap van Guillaume Gielen, de eerste prijs in 4° afdeling met 81 % in Bouwel (Grobbendonk).

In 1958 neemt de fanfare deel aan het concours in Eindhout (Laakdal) en Tessenderlo: de nog jonge fanfare behaalt op beide concoursen in 3° afdeling een eerste prijs.

Uiteraard stimuleert dit dirigent en leden tot deelname aan de Kantonnale Muziekdag te Overpelt (7 mei 1959) waar directeur Gielen het diploma van de Limburgse Muziekfederatie overhandigd krijgt. Zo promoveert de fanfare met grote onderscheiding naar 2° afdeling!

Het wordt een drukke tijd voor de fanfare die in de komende jaren deelneemt aan heel wat concoursen en de kantonnale muziekfestivals. De fanfare is in de plaatselijke gemeenschap een graag geziene ‘gast’ voor de opluistering van allerlei festiviteiten.

Een hele tijd gaat het goed tussen fanfare en dirigent die samen een reeks successen boeken. Toch ontstaat er geleidelijk aan een kloof tussen dirigent en muzikanten die in 1966 zal leiden tot ontslagname van dirigent Guillaume Gielen.